Delft
Bron

Op 12 december 1707 gaat VOC-schipper Arnoldus van der Straaten bij een Delftse notaris langs. Hij is teruggekeerd uit Oost-Indië en lijkt van plan om voorlopig hier te blijven. Van der Straaten laat vastleggen dat de predikant en baljuw in Batavia zijn slaafgemaakte moet veilen en verkopen. Het gaat om de man Fortuyn van Bengalen.

Veel VOC-dienaren bezitten slaafgemaakten. Ze kopen ze, en verkopen ze weer als het hen uitkomt. De naam van deze man – Fortuyn (rijkdom) – laat zien dat het een fantasienaam is. Een slavenbezitter heeft die naam bedacht. Slaafgemaakten worden zo ontmenselijkt. Ze worden van hun eigen naam beroofd, en worden beschouwd als een ding.

Hoewel ook Arnoldus van der Straaten een slaafgemaakte bezit, lijkt hij een klein beetje mededogen te hebben. Hij laat Fortuyn verkopen, maar legt wel vast dat dit niet voor de hoogste prijs hoeft te gebeuren. Van der Straaten wil dat een ‘goet eerlijck man’ de nieuwe eigenaar wordt.

Herkomst

Maker

Notaris Adriaen Hoppesteijn van Leeuwen

Datering

12-12-1707

Collectie

Stadsarchief Delft

Organisatie

Erfgoed Delft

Nummer

Archief 161 - 2550

Link

https://hdl.handle.net/21.12115/NL-DtAD5704506

Gerelateerde thema's

Delfts slavernijverleden

Beschikbare tools

Overzicht van alle transcripties

Overzicht van bron(nen) op de kaart