De stichter van Delft
(voor 1230-1262)
Jonkvrouw Richardis (of Rikarde) werd geboren als de dochter van graaf Willem I van Holland, Friesland en Zeeland. Zij wordt wel gezien als de stichter van Delft. Richardis was de tante van graaf Willem II, die op 15 april 1246 Delft stadsrechten gaf. Hij tekende deze stadsrechtenoorkonde in het huis van zijn tante in Delft.
Door de stadsrechten kreeg Delft meer zelfstandigheid. De stad mocht bijvoorbeeld een stadsmuur bouwen en belasting gaan heffen. In ruil voor deze rechten moest het stadsbestuur wel een bedrag betalen aan de graaf. De ongetrouwde Richardis mocht een deel van het Hof van Delft uitbaten om in haar onderhoud te voorzien, en heeft veel gedaan om deze gebieden verder te ontwikkelen. Ze gebruikte regelmatig het geld dat haar land opbracht om lokale kerken en kloosters financieel te steunen.
Volgens middeleeuwse bronnen werd Richardis tegen het einde van haar leven non in het klooster Koningsveld dat ze in 1251 had opgericht. Onder de bezittingen van het klooster viel het Oude Gasthuis, waarschijnlijk ook opgericht door Richardis. Later werd dit ziekenhuis overgenomen door het Reinier de Graaf en het kan gezien worden als het oudste ziekenhuis van Nederland.