Een eigenwijze voorvechtster van vrouwenrechten
(1833-1906)
Betsy Perk groeide op in een groot, welvarend Delfts burgergezin. Haar vader was een succesvol koopman en kon zijn zoons naar de universiteit laten gaan, een mogelijkheid die er nog niet was voor meisjes. Toch wist Betsy door zelfstudie een heel eind te komen. Ze publiceerde verhalen, gedichten en romans en hield zich bezig met schilderen en boetseren.
Later in haar leven ging Betsy zich ook steeds meer interesseren voor vrouwenrechten, met name op de gebieden van onderwijs- en beroepskeuze. Betsy richtte twee weekbladen voor vrouwen op: eerst 'Ons Streven' en vervolgens 'Onze Roeping'.
Ze startte ook de vrouwenvereniging ‘Arbeid Adelt’. Deze vereniging zette zich in om betaald werk voor vrouwen te promoten.
Betsy's samenwerkingen verliepen niet altijd probleemloos. In de vereniging kwam ruzie toen Betsy vrouwen verbood hun handwerk anoniem te koop aan te bieden op tentoonstellingen. De vrouwen die dit wel wilden scheidden zich af van 'Arbeid Adelt'. Ook had ze meningsverschillen met feministe Mina Kruseman, met wie ze lezingen gaf.
Toch heeft de eigenwijze Betsy de weg vrijgemaakt voor veel anderen. Haar vereniging bestaat nog steeds onder de naam 'Tesselschade-Arbeid Adelt'.