Speelgoed uit de Delftse bodem
Er wordt veel speelgoed gevonden dat van hout is gemaakt. Een goed voorbeeld daarvan is de tol. Er zijn twee soorten tollen: drijftollen en haktollen.
Een drijftol werd met een zweep draaiende gehouden, waardoor deze tollen ook wel bekend zijn als zweeptol of draaitol. In een beerput aan de Oude Delft is een fraai gesneden stokje aangetroffen met een gat aan de bovenzijde, dat zeer waarschijnlijk als handvat voor een tolzweepje heeft gediend.
De haktol werd gebruikt in een ander spel waarbij een tol van een tegenstander moest worden uitgeschakeld. Door de vijandelijke tol goed te raken kon je deze laten splijten. Er worden in Nederland dan ook wel eens halve tollen van de verliezers gevonden. De bovenkanten van haktollen waren vaak verstevigd zodat aanvallen konden worden doorstaan. Zo is er in Delft een exemplaar uit de 16e eeuw aangetroffen waar een munt of penning op de bovenzijde was vastgespijkerd.
Ballen werden ook van hout gemaakt en ze werden voor uiteenlopende spellen werden gebruikt. Aan de bal zelf is vaak niet te herleiden welk spel er mee werd gespeeld. Ze werden ook niet alleen door kinderen gebruikt. Volwassenen gebruikten ballen ook wel voor klootschieten, kaatsen of kolf.
Bij het kolfen, een voorloper van golf, werd gebruik gemaakt van houten stokken met een verbreding aan de onderkant; de zogenaamde slof. Die slof was voor volwassen vaak in metaal uitgevoerd. Hiervan zijn er ook in Delft enkele teruggevonden. Een bijzondere vondst is echter een kinderuitvoering van een kolfstok, met een houten slof. Aan de slijtage op de hiel van de slof te zien is de stok vaak gebruikt.
Natuurlijk werden er ook houten blokken gemaakt. In Delft is één houten blok gevonden. Deze heeft vast bij een blokkendoos gehoord, want met één blok bouw je natuurlijk geen kasteel. Dat zo’n speelgoedkasteel ook moest worden verdedigd, laat de vondst van een houten speelgoedzwaardje dat bij het Oude Nieuwe Gasthuis werd opgegraven zien.