Een koker voor Delfts Blauw
In de 17de en 18de eeuw vonden duizenden Delftenaren werk in de aardewerkfabrieken waar het veelgevraagde Delfts Blauw werd gemaakt. Daar kwamen veel handelingen aan te pas.
De laatste daarvan was het bakken van het aardewerk. Dat gebeurde in grote kokers die ook van gebakken klei waren gemaakt en waarin de al eenmaal gebakken borden, kommen of schalen werden opgestapeld. Ze stonden natuurlijk niet direct boven op elkaar, maar leunden op driehoekige staafjes van klei die door de wand van de koker werden gestoken. Op die manier konden meerdere borden in een koker worden geplaatst.
In de oven werden die kokers vervolgens weer op elkaar gestapeld en kon een grote partij in eenmaal worden gebakken. Dat moest zorgvuldig worden gedaan. De temperatuur moest precies goed zijn. Werd die te hoog, dan stortte het hele baksel in elkaar.
Aan deze vondst is te zien dat dat kon gebeuren. Omstreeks 1625 heeft tijdens het bakken de bovenste koker het begeven, waardoor de inhoud in de kokers daaronder is gevallen en 25 borden aan elkaar zijn vastgebakken.
Dit was toen natuurlijk erg zonde, maar nu juist waardevol voor archeologen. Door dit soort `misbaksels’ kunnen we zien waar aardewerk werd gefabriceerd en welke technieken die daarbij werden toegepast.